Speciaal (basis)onderwijs

Kinderen in Utrecht, Leidsche Rijn, Vleuten, De Meern en Haarzuilens gaan, als het kan, naar het regulier basisonderwijs. Een aantal kinderen krijgt binnen dit regulier basisonderwijs extra ondersteuning (arrangement). Voor sommige kinderen blijkt deze ondersteuning niet voldoende. De school voor regulier basisonderwijs blijkt dan niet de meest passende onderwijsplek voor een kind. Voor deze kinderen zijn er binnen het SWV Utrecht PO scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en speciaal onderwijs (SO).

Speciaal basisonderwijs

Het speciaal basisonderwijs (SBO) is een speciale vorm van onderwijs voor kinderen. Op een SBO-school zijn de groepen kleiner, zijn er minder prikkels en zijn er meer mogelijkheden tot individuele begeleiding. De leerkrachten hebben een aanvullende opleiding gedaan, en daarnaast is op school extra kennis aanwezig op het gebied van leer-, gedrags- en opvoedingsproblematiek. SBO-scholen en reguliere basisscholen hebben dezelfde kerndoelen. Kerndoelen zijn doelen die een leerling aan het eind van de basisschool moet kunnen.

In Utrecht zijn 4 scholen voor speciaal basisonderwijs: De Binnentuin, de Sint Maartenschool, de Belle van Zuylen en de Luc Stevensschool.

Speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs (SO) is bedoeld voor leerlingen die specialistische of intensieve ondersteuning nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat zij ernstige gedragsproblemen, een handicap of een chronische ziekte hebben. Scholen voor speciaal onderwijs hebben allemaal hun eigen aandachtsgebied of specialisme. Daardoor kan het zijn dat de school waar uw kind naar verwezen wordt, soms op een grotere afstand van huis ligt dan scholen voor speciaal basisonderwijs. Het SWV Utrecht PO streeft er echter naar Utrechtse leerlingen ook zo veel mogelijk op Utrechtse scholen te plaatsen.

In Utrecht zijn 6 scholen voor speciaal onderwijs: SO Fier, Fritz Redlschool, De Rafaelschool, De Herderschêeschool, Mytylschool Ariane de Ranitz en de Utrechtse Buitenschool De Schans.

Om een plaatsing voor uw kind te krijgen voor een SBO- of een SO-school, heeft u als ouder(s)/verzorger(s) vaak al een hele route doorlopen.

  • De leerkracht ziet dat de ontwikkeling van uw kind niet goed verloopt. In een oudergesprek gaat de leerkracht samen met u op zoek naar de juiste aanpak voor de leerling.
  • Als de leerkracht uw kind zelf niet voldoende kan helpen, zal hij/zij in gesprek gaan met de intern begeleider (IB’er) van de school. De intern begeleider kijkt mee met de leerkracht en geeft vervolgens advies over een mogelijke aanpak. De intern begeleider voert vervolgens de regie over het afgesproken traject.
  • Als zowel de leerkracht als de intern begeleider en u als ouder(s)/verzorger(s) zien dat de school niet de juiste hulp kan bieden, wordt vaak de hulp van het samenwerkingsverband ingeroepen. Dit kan in de vorm van bijvoorbeeld een traject Advies & Ondersteuning of een arrangement. Soms schakelen scholen ook een externe deskundige, bijvoorbeeld een orthopedagoog, in voor een (intelligentie)onderzoek. Voor uw kind wordt door de school dan een ontwikkelingsperspectief opgesteld.
  • Wanneer de ondersteuning op de huidige school van uw kind niet voldoende helpt, kan de school, in overleg met u, bij het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor het SBO of SO aanvragen. De Toelaatbaarheidscommissie (TLC) van het samenwerkingsverband neemt hierover een besluit, en stelt hiervan binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag u als ouder(s)/verzorger(s) en de school op de hoogte. Deze termijn kan eventueel met 4 weken worden verlengd.