Passend onderwijs

Passend onderwijs is de naam voor de manier waarop sinds 2014 het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in Nederland wordt georganiseerd. Centraal uitgangspunt is dat meer kinderen, eventueel met extra ondersteuning, op hun eigen reguliere basisschool kunnen blijven. Het speciaal (basis)onderwijs blijft bestaan voor kinderen die daar het best op hun plek zijn.

Met passend onderwijs wil de overheid bereiken dat:

  • Alle kinderen een passende plek in het onderwijs krijgen.
  • Een kind naar een gewone school gaat als dat kan.
  • Een kind naar het speciaal (basis)onderwijs gaat als extra begeleiding nodig is.
  • Scholen de mogelijkheden hebben voor ondersteuning, speciaal gericht op de ondersteuningsvraag van een kind.
  • De mogelijkheden en de onderwijsbehoeften van een kind bepalend zijn, niet de beperkingen.
  • Kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten.

 Om ervoor te zorgen dat alle kinderen een passende plek krijgen, hebben scholen regionale samenwerkingsverbanden gevormd. In het primair en het voortgezet onderwijs zijn in totaal 152 samenwerkingsverbanden opgericht: 77 in het primair onderwijs en 75 in het voortgezet onderwijs.  In deze samenwerkingsverbanden werken het regulier en speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samen. Ook maakt het samenwerkingsverband afspraken met de gemeenten in de regio over de inzet en afstemming met kernpartners.

 De scholen in een samenwerkingsverband maken afspraken over onder andere de begeleiding en ondersteuning die alle scholen in de regio kunnen bieden en over welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het speciaal onderwijs.

In de gemeente Utrecht is afgesproken dat alle basisscholen in ieder geval aan de basisondersteuning moeten voldoen. Deze norm is opgenomen in de standaard voor de basisondersteuning. Daarnaast bieden scholen extra begeleiding aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De wettelijke zorgplicht van scholen betekent dat ze verantwoordelijk zijn om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een passende plek te bieden. Het gaat daarbij om leerlingen die worden aangemeld en leerlingen die al op school zitten. In het schoolondersteuningsprofiel leggen scholen vast welke ondersteuning zij kunnen bieden. Leraren en ouders hebben hierop adviesrecht via de medezeggenschapsraad van de school. Wanneer de school niet kan bieden wat de leerling nodig heeft, heeft de school de verplichting om samen met ouders op zoek naar een passende plek.